DE BESTE HAVENVAKSCHOOL TER WERELD

 

Maar de school zou er uiteindelijk ook komen met een aantal geleidelijke daarop gelijkende initiatieven die tot aan 1953, met name voor de volwassenen, zouden worden geïntroduceerd.

Wie was Frans Kruis

Juist omdat er niets over de HVS-grondlegger bekend was zochten wij uit hoe het verder met hem was gegaan. Zou hij nog kinderen hebben gehad, mogelijk nog meer nazaten? Waar waren ze gebleven. Elk spoor liep dood, ook dat van een reconstructie wie er op zijn woonadres in de Hebronstraat 1a na de oorlog verder konden hebben gewoond.

Totdat na enkele oproepen die ik deed in De Oud Rotterdammer onafhankelijk van elkaar twee meldingen binnenkwamen, beiden van kleinzoons van Kruis, Jan Kruis en Piet van Loon.

En toen konden wij de geschiedenis over Opa Frans voor een groot deel blootleggen.

Zijn jongste dochter Lidy (85) leeft nog (2009) en het pas ontdekte verhaal over haar vader, dat haar niet geheel onbekend voorkwam, legden wij haar voor met bovendien namens De Oud Rotterdammer een bloemetje om er alsnog iets feestelijks van te maken.

Zo dachten de huidige Havenvereniging en het Scheepvaart & Transport College er niet over. Tot op de dag van vandaag (2011) weigert men, ondanks herhaaldelijk aandringen mijnerzijds, een statement af te leggen over Frans Kruis als ideeën-leverancier voor de oprichting van een Havenvakschool. Jammer.

Nog steeds.


Ik legde kleinzoon Jan Kruis een aantal vragen voor en zeg hem dank

voor zijn antwoorden die hieronder zijn te lezen.


Geschiedenis van Frans Kruis


Volledige voornaam:

Frans en dus ook roepnaam.

Geboren op 6-10-1896, overleden in 1972. Dus 76 jaar geworden.

Opgegroeid ergens in de Alblasserwaard.


Zijn echtgenote:

Maria Johanna Natzijl; roepnaam Jo.

Geboren op 7-1-1895, overleden in 1975.

Dus 80 jaar geworden.

Opgegroeid aan het Kralingseveer.


Hun kinderen:

Lidy, is nu 85 jaar (2009). Woont momenteel (2011): Serviceflat Schinckelhove nr. 807, Meidoornveld 57, 2906 AA Capelle a.d. IJssel. Tel: 010 – 42 00 196.


Wat weten wij van opa:

Als circa 14-jarige jongen heeft hij met alleen lagere school thuis zijn biezen gepakt en is hij naar de haven van Rotterdam vertrokken en is daar van onderop begonnen. Al voor de crisisjaren had hij zijn eigen expediteursbedrijf, maar in de crisis ging hij failliet. Vervolgens ging hij werken bij RSK (volgens ons Rijnman, Stok en Kerstens), ook een internationaal expediteursbedrijf.

Hij werd daar directeur en begon vervolgens weer voor zichzelf.

Hij bouwde Fr. Kruis, internationaal expediteursbedrijf op. In de oorlog werd zijn bedrijf gebombardeerd en was hij alles kwijt. In die tijd gingen zij in de Hebronstraat wonen en volgens ons begon hij in de oorlog alweer opnieuw.

Het bedrijf werd uiteindelijk gevestigd aan de Wijnstraat en uit die tijd dateert ook het naambord dat nog in ons bezit is (foto rechts).

Opa was internationaal expediteur, hetgeen in die tijd betekende: zorgen dat de vracht van deur tot deur kwam, inclusief alle douane-aspecten regelen, zoals het in- en uitklaren van goederen. Daarbij werden de invoerrechten in voorschot door hem al betaald namens de klant.

Zelf had hij geen grote wagens rijden, maar wel 1 of 2 busjes voor de kleinere zaken en het frequente contact met de douane-autoriteiten in de haven en op Zestienhoven.

Er werkten gemiddeld circa 8 mensen bij hem.

Hij zorgde bv. voor het transport van koeien vanuit Zwitserland naar de Verenigde Staten; liet de hokken maken, zorgde dat ze inclusief begeleider op de trein kwamen in Zwitserland, was hier ter plekke aanwezig voor inscheping in de haven van Rotterdam, regelde het voer etc.

Maar ook liet hij chassis van bussen vanuit Engeland komen die in de Rotterdamse haven aankwamen en naar Woerden en Joure moesten voor de opbouw/carrosserie, of het transport en inklaren van automaterialen of sieraden vanuit Zwitserland naar Rotterdam voor een Rotterdamse juwelier.

Na zijn lagere school heeft hij geen verdere opleidingen gedaan.

Mijn vader kwam na zijn middelbare school- en militaire dienstperiode in de zaak en nam het bedrijf uiteindelijk over. Toen hij in 1973 overleed heeft mijn moeder het bedrijf (met behulp van een directeur in loondienst) voortgezet.

Volgens ons is in 1999 is het bedrijf uiteindelijk verkocht aan Van der Helm Expeditie in Rotterdam. Dit bedrijf is er nog steeds blijkens Internet en ook daar kom je de naam Fr. Kruis expeditie nog tegen op hetzelfde adres.

Geen van de kleinkinderen had aspiraties om het bedrijf voort te zetten.

In de oorlog hebben opa en oma aan de Hebronstraat ook drie onderduikers gehad. Zij hebben heelhuids het einde van de oorlog gehaald en voor ons als kleinkinderen sprak het natuurlijk erg tot de verbeelding dat zij verstopt werden bij onraad in de loze ruimte boven de schuifdeuren.

In 1964 zijn opa en oma verhuisd naar de Jacob van Campenweg in de Alexanderpolder.










Havenvakschool

“Aan tafel vertelde hij daarover”, aldus dochter Lidy.

Dat hij daarmee een prijs had gewonnen, wist zij niet, maar in die tijd werd –althans niet binnen onze familie- gesproken over geld; ‘dat regelden vaders’ .

Wij, zijn kleinkinderen, kenden dit verhaal niet en dat vinden wij niet vreemd, want opa was in familiekring een bescheiden mens die niet te koop liep met zakelijke successen. Hij was vooral een leuke opa, die zelf verzonnen verhaaltjes vertelde.

Wij vinden het enorm leuk dat hieraan door u alsnog aandacht wordt besteed en vinden het ook een bijzondere prestatie van opa.

In onze herinnering leefde hij al als een leuke grootvader en als een man om bewondering voor te hebben, gezien zijn lef om op jonge leeftijd met helemaal niets het heft in eigen hand te nemen en tot 3 maal toe opnieuw te beginnen, met als resultaat dat jarenlang een aantal gezinnen daardoor een goede boterham heeft kunnen verdienen en ook zijn kinderen een goed leven hebben gehad.

Dit nieuwe wapenfeit voegen wij toe aan ons lijstje ‘bewondering’.


Tot zover de kleinzoons Van Frans Kruis


***


En Frans Kruis had eens moeten weten hoe positief 14 jaar later nadat de HVS-school al drie jaar draaide over zijn geesteskind zou worden geschreven. Er waren veel publicaties, maar het onderstaande artikel uit het weekblad "Katholieke Illustratie" van 26 oktober 1957 sluit misschien het fraaist aan bij zijn droom.


Katholieke Illustratie 1957

“Vroeger was het vak van havenarbeider een vrij onaanzienlijk beroep. Naar een veel verbreide opvatting was men al een goed "vakman", als men een paar enorme spierballen had en goed kon vloeken. Het oude spreekwoord "het is vechten tegen (de mannen van) de bierkaai" is een bewijs dat deze zienswijze al van jaren her dateert.

Doch deze tijd ligt thans voorgoed achter ons. Sinds de mechanisatie in het havenbedrijf haar intrede heeft gedaan, is het vak van havenarbeider een gespecialiseerd beroep geworden, waarbij men eerder zijn hoofd dan zijn spierballen dient te gebruiken, daar de kraan en de heftruck het in kracht verre winnen van de potige ploegbaas. Het spreekt vanzelf dat de machines, die in het havenbedrijf gebruikt worden, door technisch geschoolde lieden worden bediend, maar ook zij, die uitsluitend belast zijn met het verstouwen, het laden, lossen en opslaan van goederen, dienen in het bezit te zijn van een gedegen vakkennis. Want nergens zozeer als in de haven komt men in aanraking met zo´n grote verscheidenheid van goederen, waarmee tien- en zelfs honderderdduizenden guldens gemoeid kunnen zijn, als zij niet goed worden verzorgd af behandeld.

Hoewel het vak van havenarbeider zo oud is als de tijd, dat de mensen varen, hebben de moderne outillage en verscheping een zodanige ontwikkeling gekregen, dat men gerust van een geheel nieuw vak kan spreken. Het is dan ook niet te verwonderen, dat men enkele jaren geleden in Rotterdam onder auspiciën van de Scheepvaart Vereniging  Zuid overgegaan is tot de oprichting van een havenvakschool waar jongens van dertien tot zestien jaar in een driejarige cursus worden opgeleid tot havenarbeider.

Het is een van de merkwaardigste vakscholen, welke Nederland kent. Tot voor kort was zij zelfs uniek in de wereld, en zij is dan ook een van de bezienswaardigheden van Rotterdam geworden. In het buitenland waar men in de havens met hetzelfde gebrek aan geschoolde arbeidskrachten te kampen heeft als bij ons, bestaat voor deze school grote belangstelling. Reeds zijn er in navolging van Rotterdam in Haifa (Palestina) en Taiwan op Formosa soortelijke scholen opgericht. Vooral met de laatste heeft men in Rotterdam veel contact. Ervaringen en leerstiof worden regelmatig uitgewisseld.

In afwachting van een definitief gebouw, dat aan de Waalhaven zal verrijzen, is de havenvakschool voorlopig ondergebracht in een drietal keurig ingerichte barakken op het terrein van het havenbedrijf Thomsen aan de Maashaven. Het is een school waar een geheel nieuwe onderwijsmethode gevolgd wordt, gebaseerd op richtlijnen, welke professor Rutten van de universiteit te Nijmegen heeft uitgestippeld.

De tweehonderdzestig leerlingen die de cursus volgen, krijgen in hoofdzaak onderricht in die zaken, waarvan zij later in de praktijk direct voordeel hebben. Zo geldt bijvoorbeeld gymnastiek als een van de voornaamste leervakken. Niet minder dan dertien uur per week wordt daaraan besteed. Ze leren dan, hoe ze het beste door "mangaten"kunnen kruipen, hoe ze over smalle leren en planken moeten lopen. kortom: in de gymnastieklessen maakt men voor hen het klauteren als het ware tot een tweede natuur.

Als men het lesrooster overziet, ervaart men weer eens, hoe gecompliceerd de samenleving geworden is en hoeveel er tegenwoordig bij een vak komt kijken. De leerstof omvat onder andere havenkennis, binnen- en buitenlandse rederijen, vlaggen, schepen, behandeling van de lading, warenkennis, kabelgat (touwknopen enz.) gymnastiek, roeien, zwemmen, algemene ontwikkeling, handenarbeid voor het repareren van kisten enzovoort, haven-Engels, E.H.B.O. stuwadoorswet en zelfs haventerminologie. Want wat doet men aan de haven, als men niet weet wat een "armen en benenboot" (schip geladen met papier of mijnhout) of "wildemensenhout" (kapbalken) is?  Wij vergeven het u gaarne, als u niet weet wat "vier hoeken in de brand" (kist of zak rechtstandig oplichten) is of wat "natte jassen" (lossen gezouten huiden) zijn, maar voor de havenarbeider is dit vaktaal.

Toen wij het lesrooster bekeken hebben wij ons afgevraagd of dit niet te overladen is, en met enige bezorgdheid hebben wij gedacht aan de jongens, die niet leergierig zijn of moeilijk leerstof kunnen opnemen. Gelukkig voor hen zijn de lessen aan de havenvakschool zo ingedeeld dat "zitten blijven" er niet bij is. Elke leerling krijgt verschillende taken (voor de een moeilijker dan voor de ander) opgedragen, welke hij naargelang van zijn talenten tot een goed einde moet brengen.

Een opmerkelijke nieuwigheid van de havenvakschool is, dat er behalve leraren (er zijn er dertien) twee jeugdleiders zijn aangesteld, die de jongens in hun recreatie en vrije tijd de nodige gemeenschapzin en sociale omgangsvormen moeten bijbrengen. Men hecht namelijk veel waarde aan het gedrag in de groep. In een havenbedrijf is een goede teamgeest van groot belang. Het vak wordt gevaarlijker, naarmate de verantwoordelijkheid voor de groep vermindert. Daarom kunnen de jongens ook buiten de lesuren aan de school terecht, waar zij zich onder toezicht van de jeugdleiders kunnen vermaken met kaarten, biljarten enzovoort. Ook op deze wijze tracht men van de school een echte gemeenschap te maken.

De jongens zijn gekleed in een blauwe uniform, bestaande uit spijkerbroek en shirt, welke zij zelf gekozen hebben. Eerst hadden zij er nog een petje bij, maar omdat die dingen altijd zoek raakten, heeft men ze maar weer afgeschaft. Bovendien ontvangen zij elke week zakgeld. Voor de leerlingen van het eerste jaar bedraagt dit zestig, voor die van het tweede zeventig en in het derde jaar tachtig tot negentig cent per week. Hiervan kunnen zij kleine uitgaven bekostigen, zoals tram, fietsenstalling, kantine en dergelijke. Uniform en zakgeld zijn voor rekening van de Scheepvaart Vereniging Zuid. De havenvakschool is een belangrijke aanwinst in de rij van scholen, die zorg dragen voor het vakonderwijs in Nederland. De voordelen moet men niet alleen zoeken in de aanwerving van de toekomstige arbeidskrachten, maar ook in de verheffing van een vak, dat bijvoorbeeld naast dat van de zeevaart veel te lang verwaarloosd is…”

 

FRANS KRUIS (1896-1972)

BEDENKER VAN

DE HAVENVAKSCHOOL


de vergeten grondlegger

Het is eigenlijk vreemd dat, voor zover bekend, nadien de figuur van Kruis niet meer in de stukken zou voorkomen.

Niets menselijks was de bestuurders van de Havenvereeniging vreemd, en zo lieten zij het er vervolgens op lijken alsof de gedachte van een Havenvakschool door henzelf was geïntroduceerd.

Maar wat de persoon van Jan Bacxk betreft kunnen wij daar eigenlijk wel vrede mee hebben, want zijn staat van dienst in relatie tot de verheffing van het vak van havenarbeider en de sociale status daaromheen is gigantisch geweest (zie verder bij: Dr. J. Ph. Backx). Maar om dit specifieke project van de Havenvakschool later aan zijn eigen naam te koppelen lijkt toch een beetje veel op jatwerk.

Het proces zou nog een bizar kantje krijgen toen in later jaren, lang na de start van de eerste Havenvakschool nieuwe Haven- en Vervoerscholen allen werden vernoemd naar degenen die ná Frans Kruis de HVS zouden stimuleren, zoals Prof. Rutten, Dr. A.J. Teychiné Stakenburg en natuurlijk Jan Backx zelf (het latere HVS-opleidingsschip).

Totdat na een aantal gecompliceerde fusies met o.a. de Zeevaartschool bestuurders van het nieuwe Scheepvaart & Transport College, dat er als erfopvolger van dat grote stelsel van opleidingen uit voortkwam, besloten dat alle namen gewist moesten worden; wij nemen aan “om verwarring te voorkomen”.

En daarmee verdween tegelijk Frans Kruis definitief uit ieders herinnering, ook al omdat de Havenvereniging Rotterdam het niet nodig vond zoiets zelf te archiveren.

Fragment uit de studie van Frans Kruis:

Prachtige taal van een ondernemer wiens eigen expeditie-bedrijf zojuist was gebombardeerd,

en nu de oorlogs”rust” aangrijpt om een nieuw model voor de Rotterdamse havens te introduceren

voor ná de oorlog waarin de oprichting van een  Havenvakschool centraal zou komen te staan.

 

Het was, dankzij Internet, niet eens zo moeilijk om erachter te komen hoe het allemaal begonnen is. Wie inschakelt op het Gemeentearchief van Rotterdam en de juiste zoekwoorden invult, komt er al gauw terecht.

En dan is het nog slechts een kwestie van de papieren er laten fotokopiëren en meenemen om het bewijs voor altijd in eigen zak te hebben. Maar enigszins onthutst waren wij wel dat het een beetje anders was gegaan dan men ons als (ex)-HVS-leerlingen (en leraren) gedurende ruim een halve eeuw had voorgehouden.

Het ging zo: in 1943 schreef het bestuur van de Havenvereeniging Rotterdam (onder voorzitterschap van Dr. Jan Backx) een prijswedstrijd uit om ideeën op te doen om na de oorlog letterlijk adequaat, snel en succesvol met een opzet voor een zodanige havenstructuur uit de strijd te komen als er nooit tevoren was geweest. Iedereen mocht meedoen, er kwamen dan ook veel inzendingen.

Vooral; uit het eigen metier, ondernemers groot en klein, die hun brood hadden verdiend in de wereld van overslag van goederen maar nu, zoals Frans Kruis, door de oorlog geheel brodeloos waren geworden (in zijn geval was zijn expeditiebedrijf weggebombardeerd).

Maar uit die inzendingen was één ervan was zó duidelijk op de toekomst en de kern van het probleem gericht dat het vrij snel één van de eerste prijzen opleverde.

Het was de bijdrage van Frans Kruis, die de armetierige asociale toestanden van voor de oorlog kende met vooral veel ongeschoolde arbeid, waarin de gedachte werd neergelegd dat Rotterdam alleen maar sterker uit de strijd kon komen met nieuwe generaties arbeiders, van laag tot hoog, die geschoold zouden worden.

Frans Kruis kreeg voor de uitwerking daarvan de prijs op 19 maart 1943.

Een andere prijs, die van W.H. Schmidt van de Willem Buytenwechstraat 180a, viel daarbij enigszins in het niet omdat weliswaar ook in diens bijdrage werd gepleit voor de oprichting van “oefenfirma’s en leerscholen”, maar de uitvoering veel beperkter van opzet was. Schmidt werd derhalve beloond met slechts 5 gulden. Maar het toont de bredere behoefte aan geschoold havenpersoneel aan.

Kruis zijn ideeën vonden aansluiting bij al datgene waarin Dr. Backx als president directeur van Thomsen’s Havenbedrijf in eigen bedrijf in het klein al voorzag, de bedrijfsopleiding van havenarbeiders. Het werd een niet tevoren voorziene plotselinge wisselwerking tussen de twee mannen, die elkaar niet kenden tot op dat moment, omdat Backx dankzij die superieure inzending nu eindelijk de legitimatie vond om de scholing van havenpersoneel verder in de breedte te realiseren dan alleen in eigen bedrijf.

Het moest een instituut worden voor de gehele Rotterdamse haven. En zó had Kruis het ook aangeleverd, zelfs met de naam Havenvakschool erbij.

Zelfs voor die tijd was de hoogte van het prijzenbedrag in relatie tot de waarde van het plan vrij karig (een bedrag van honderd gulden dat gedeeld moest worden met een inzender die iets anders had bedacht).

Kruis ontving dus f 50,-. Bovendien werd hem gevraagd “om niet” een tweede rapport te schrijven waarin zijn Havenvakschool-ideeën verder werden uitgewerkt. En ook dat kwam er, op 7 maart 1944.

Slot van het (2e) definitieve rapport waarin Kruis een geleidelijke invoering van de Havenvakschool bepleit, eerst als onderdeel van de Handels-ULO om daarna een geheel aparte school te worden.