DE BESTE HAVENVAKSCHOOL TER WERELD

 

DR. JAN BACKX

AANJAGER

HAVENVAKSCHOOL

Bij het overlijden van Jan Backx in 1982 maakte Dr. Stakenburg, de secretaris van de Scheepvaart Vereniging Zuid en medekompaan in de strijd voor een Havenvakschool, diens verdienstenbalans op.

Om de betekenis van Backx het treffends te kunnen illustreren nemen wij hier diens referaat bij die gelegenheid over Backx woordelijk en compleet op. 

Een betere nagedachtenis aan de kwaliteiten en verdiensten van Dr. Backx is nauwelijks denkbaar.






DOOR A.J. TEYCHINÉ STAKENBURG

 

Heaven is above all yet; there sits a judge that no king can corrupt...

Is het toeval dat deze regels uit 'King Henry VIII in het Shakespeare Birthday Book de geboortedag 5 november van Dr J.Ph. Backx typeren? De tekst is in menig opzicht toepasselijk. Allereerst voor een 'kroonprins', zoals Mr K.P. van der Mandele in de jaren na 1940 Backx ging aanduiden; in de tweede plaats voor iemand, die een heel mensenleven lang heeft moeten leren aanvaarden dat er hogere machten, grotere krachten zijn dan rondom en in hem werkzaam waren.

Ook hij zou immers eenmaal voor die hoogste koning moeten verschijnen, gekroond of ongekroond.

 

Jan Backx, in 1903 te Amsterdam geboren als zoon van Cornelis Petrus Hendrikus Johannes Backx en Grietje Key, was een schitterende toekomst weggelegd, welke hij waar zou maken.

Zijn vader was stuwadoor en leidde eerst met zwager Jan en later met neef Gerrit Key Thomsen's Stuwadoorsbedrijf. Grootvader Backx was notaris te Watergraafsmeer en stamde uit een zeer oud Brabants geslacht, in de middeleeuwen riddermatig. 


Links: Jan Backx ca. 1927  (Backx-privé-archief)


Na het Gymnasium Erasmiamim te Rotterdam te hebben doorlopen, studeerde Backx te Leiden in de Rechten en Economie. Hij promoveerde in 1928 op een nog veel gelezen proefschrift 'De Rotterdamse Haven', waarna hij op 3 oktober 1929 in dienst van zijn vaderlijk bedrijf trad. Hij begon er “in de put”, zoals dat heet, en het laad- en loswerk der zeeschepen in al zijn facetten mede. In 1935 werd hij, nadat zijn praktische opleiding was beëindigd, directeur, en van dat ogenblik af zouden Thomsen's Havenbedrijf, dat hij van 200 tot 2000 personeelsleden uitbouwde, en hij ondeelbare begrippen worden.


Zijn onderneming moest en zou in Rotterdam model worden voor de inrichting van een havenbedrijf!

Dit nagestreefde ideaal, dat gezien de resultaten veel meer was dan een droomwereld, bestempelt na 1935 Backx behalve als hervormer in eigen bedrijf als leider van een gemeenschap. Niet slechts binnen deze in de publieke opinie verachte, want verachterde, bedrijfstak, moest die gemeenschap - waarvoor in 1907 Dr W.A. Engelbrecht en, na hem Paul Nijgh de grondvesten hadden gelegd - worden opgebouwd, maar ook, ja bovenal!, daarbuiten: in de sociaal-culturele vorming van de mens; in zijn vrijetijdsbesteding; in zijn onderwijswetenschappelijke scholing; in zijn musische begeleiding.

 

De jonge Backx


Kortom in tientallen facetten van het leven. Het dagelijks bestaan van de geminachte bootwerker, de hoger geklasseerde industrie-arbeider, de modale bankbediende de uitzichtloze kantooremployé zou moeten worden verrijkt. De mens op zijn werk en de mens thuis, in zijn verenigingsleven, met zijn hobby’s, tijdens zijn schooluren of zelfstudie, zouden moeten worden geïntegreerd in één all-round persoonlijkheid! 


Wat een ambitieus programma had de nauwelijks dertig jaar oude Jan Backx zich gesteld! Had hij, gedrevene in zijn ideologieën, misschien zelf thuis ondanks welvaart het gemis gevoeld aan échte belangstelling voor opgroeiende jeugd, en wilde hij aan de wereldstad Rotterdam laten zien dat het anders, geheel anders kon? In elk geval werd de taak, die hij zich vier decennia lang stelde, hem niet door iedereen in dank afgenomen.

 

Wie in het leven doorzet, weet tevoren dat hij zich vijanden maakt. Want hij werpt heilige huisjes omver en trapt op lange tenen. Hij durft in vergaderingen leuterende werkgevers, die een pensioen van f 2,50 per week voor een bootwerker, die veertig jaar heeft gewerkt, een mooi bedrag vinden, in de hoek te zetten, en waagt het een medebestuurslid, dat achter zijn rug om met de vakbonden in de haven afzonderlijk heeft onderhandeld, de vergaderzaal uit te sturen!

 

De havengemeenschap en Backx' rol daarin? Hier moet worden volstaan met begrippen. Voordat hij, na zijn loopbaan bij Thomsen’s Havenbedrijf, op 3 oktober 1967 voorzitter der Scheepvaart Vereeniging Zuid werd, hetgeen hij tot 1 januari 1972 bleef, had hij al aandeel gehad in het in 1948 opgerichte Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven; in de oprichting van de Centrale voor Arbeidsvoorziening - thans de Stichting Samenwerkende Havenbedrijven - ter vervanging van de oude uit 1917 stammende Haven-Arbeids-Reserve; en in de huidige Stichting Vervoer- en Havenopleidingen, waarvan vijf onderwijsinstellingen, gehuisvest in drie havenscholen, uitgaan.

 

 

Hardloper


Ondernemingsraden ter vervanging van de oude 'kernen'; vakantieoorden, voor Thomsen: "Anneville te Ulvenhout en voor alle havenbedrijven: 'Westerbergen' en 'Hunzebergen' in Drenthe; gezinsverzorging en -hulp aan zieke vrouwen van havenarbeiders; woningbouw, zowel voor de eigen onderneming door middel van door zijn arbeiders zelfgebouwde bungalows te Rijsoord met vóórfinanciering als voor de gehele havengemeenschap, waar eindigt de onvolledige reeks van zijn concepties? De sociaal voelende voorzitters van de Scheepvaartvereeniging waren wel eens van mening dat Jan Backx hard liep; het 'achterland' moest immers in de pas blijven lopen! Strubbelingen zo nu en dan bleven dan ook niet uit! 


Want de vraag mag hier gesteld zijn of degene, die zoveel initieerde, ook het geduld had te begeleiden naar een resultaat, dat wortels had en verder kon gedijen. Speciaal dit voor al wat Backx deed in het zogeheten derde milieu. Bekend is dat hij heel vaak personeelsleden aanstelde, door een slechte mensenkennis geleid. Zijn keuze was vaak verkeerd, maar het charmante van zijn persoonlijkheid - hij kon soms zijn scherpe tong boeien en eindelijk eens geduldig luisteren – ontging niemand.

 

Wij hebben bij Thomsen en daarbuiten in meer dan dertig jaar tientallen medewerkers zien komen en gaan tot en met directeuren en stafmedewerkers toe. Men zou de initialen van hun familienamen een alfabet kunnen vullen. Backx heeft eens gezegd; "zoek ik personen, die ja en amen tegen mij zeggen of hen, die mij tegenspreken?" Zeker niet altijd koos Dr J.Ph. –aldus op de Beurs genoemd- -ja-zeggers. Dat brak hem in zijn bedrijf dan vaak op. In het derde milieu werd hij echter, zodra hij in zijn stichtingen voor het algemeen Rotterdams belang figuren koos om zijn of hun centrale ideeën te realiseren, een behoedzaam man die weliswaar gaf, maar zich nooit een brouille met hen veroorloofde.

 

Waar zal men beginnen met de enorme lijst van instellingen, verenigingen, stichtingen, die Dr J.Ph. in het leven riep of waaraan hij zijn steun gaf? Had Van der Mandeles kroonprins de meester gevolgd?

 

Functies


Vóór 1945 zijn het: Stichting 'Havenbelangen'; Havenvereeniging Rotterdam; Afdeling Rotterdam der Maatschappij voor Nijverheid en Handel; Comité ter bestrijding van de Werkloosheid; Comité Rotterdam 1939; Studiecommissie voor de Haven; Noodschouwburg 1941, samen met Mr F.J. Brevet; Club Rotterdam; Volksherstel. Zeer belangrijk was zijn deelneming gedurende de oorlogsjaren 1940-'45 aan het geheim beraad op de fabriek van Van Nelle onder leiding van Dr C.H. van der Leeuw.

 

Met de stichting 'Rotterdamsche Gemeenschap', Backx' grootste ideaal, in 1944 in het geheim voorbereid, trad hij in 1945 grandioos naar buiten: de cultuur voor iedereen bereikbaar!

Een Sociale en een Culturele Raad, Wijkraden, die centraal konden berichten wat Rotterdam nodig had; een sub-stichting 'Groen en Bloemen' om van Rotterdam een tuinstad te maken. Het was niet zijn ongeduld, altijd en eeuwig aanwezig, waardoor deze scheppingen niet van de grond kwamen, maar de tegenwerking van de RK Pastoor P.J. Maas en de NH Ds G. van Veldhuizen, die hem de vleugels lam sloegen in de vervulling van zijn voortreffelijk geformuleerde interconfessionele doelstelling. De stad gonsde in die dagen van activiteit. 'Hoe bouwen wij Rotterdam?' wordt het belangrijkste door de Rotterdamsche Gemeenschap gepropageerde programmapunt, Backx publiceert een brochure daarover, evenals H.M. Kraaijvanger.

 

De vorming van de medemens, zeiden wij. Jan Backx heeft veel initiatieven genomen, maar wonderlijk genoeg meestal de uitwerking ervan aan anderen overgelaten. Zo wordt de opleiding van havenarbeiders bij Thomsen opgedragen aan C. van Woerden, later aan A.V. Vosveld. 


Voor de dagelijkse leiding der haven- en vervoerscholen geeft hij carte blanche aan H. Bos (Jan Backx-school), J. van der Wiele (Prof. Ruttenschool) en W.Chr.H. van Zutphen (Dr. Stakenburgschool).

 

Hij leidde strak en kort, ongeduldig zelfs, de vergaderingen, en kon daarbij nauwelijks de in- en tegenspraak der directeuren en vakbondsvertegenwoordigers velen. Trouwens, in vergaderingen was Jan Backx een onmogelijk man; hij had in feite die bijeenkomsten niet nodig, want hij wist zelf al lang tevoren wat er moest gebeuren. Een vat vol tegenstrijdigheden, want zodra hij tijdens de loononderhandelingen geconfronteerd werd met de Vakbonden en hun eisen, kon hij ineens weer de aimabele voorzitter zijn. Hij gaf dan 'alles ineens weg', zei men, en wanneer een vergadering over de c.a.o.'s mislukte, nodigde hij de bestuurders in zijn gastvrije huis te Reeuwijk uit voor een Vertrouwensvol beraad*. In het oude, vertrouwde 'harmoniemodel' kwam dan de volgende dag de afsluiting van de nieuwe loon- en arbeidsvoorwaarden tot stand.

 

Politiek


Een liberaal? Een socialist? Wie was die dauphin Jan-Philip eigenlijk? Sommigen herinnerden zich nog dat hij voor de Liberale Staatspartij 1935-1940 in de Gemeenteraad van Rotterdam had gezeten, en daarna lid van de Partij van de Arbeid was geworden, waarvoor hij in september 1971, toen Nieuw-Links opkwam, tezamen met zijn vriend J. van Tilburg, bedankte. Anderen spraken van zijn lidmaatschap van de Kamer van Koophandel en Fabrieken: erin in 1936 en eruit, en opnieuw in 1947 erin en hoepla! weer weg.

 

De politiek had in feite zijn belangstelling niet. Prof. Dr F.J.Th. Rutten, minister van onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1948-1953, die de grote adviseur na de Tweede Wereldoorlog was geweest voor de Nederlandse Staatsmijnen, de havens, de steenfabrieken en de banken, droeg hem bij de regeringsformatie in 1953 voor als minister van Sociale Zaken.

Dat ging niet door omdat - de geschiedenis zou zich later rondom de minister van Defensie Sydney van den Bergh herhalen - Jan Backx tweemaal in huwelijk was gescheiden. 


Mannen en vrouwen verbleekten al gauw bij een grote persoonlijkheid als Backx. Zijn eerste en tweede vrouw hebben het geweten wat het betekent met zo'n kruidje-roer-me-niet getrouwd te zijn! Met zijn derde partner bouwde hij meer dan dertig jaar een zeer gelukkig huwelijksleven op. Zo'n gecompliceerde persoonlijkheid is voor vrouwen welhaast onnavolgbaar. Zij verwachten van deze meer dan hij aan een stad, een gemeenschap, een land wil geven. Backx was in deze geest in het geheel niet Hollands-burgerlijk; hij was Europees-aristocratisch, en bij hem verbleekten Kralingse roddelpraatjes.

 

Onderscheiden


Hij noemde Rotterdam soms Purmerend, niet heel hoffelijk tegenover Mr P.J. Oud! Onze Lieve Heer regelt veel, en zeker laat hij zijn genieën niet in de kou staan! Dat Backx een grote genius was en ondanks veel tegenwerking ook veel warmte kon geven en heeft ontvangen, is buiten twijfel. Zelfs zijn vijanden zullen het beamen! De wereldse overheid heeft met de ridderorden Nederlandse Leeuw (1969) en Oranje-Nassau (1948); de stad Rotterdam heeft met de uitreiking van de Paul Nijgh-medaille (1966) en met de verlening - in de Burgerzaal! - aan hem met de Van Oldenbarneveltpenning (1971), in feite het Ereburgerschap der stad, zulks ruimschoots bewezen!

 

Te Hoogeveen overleed 4 juni 1982 Dr J.Ph. Backx.

Na zijn werk te Rotterdam te hebben volbracht, kocht hij een oude boerderij te Dwingeloo en vestigde zich aldaar. Hij beleefde er nog vele gelukkige jaren. Van zijn goede kennissen - genieën hebben zelden intieme vrienden - waren hem er al velen in de dood voorgegaan: R. A. Crommelin, Prof. Dr FJ.Th. Rutten en W.N.H. van der Vorm, die hij allen bewonderde. G.H. van Driel, president van de Koninklijke Wessanen, kwam hem er echter nog regelmatig bezoeken.

 

En zo deden vele andere Rotterdammers dat, die onder de indruk waren van de uitzonderlijke persoonlijkheid van iemand, die nooit wachtte totdat de tijd rijp was voor zijn plannen, maar die zijn omgeving dwong zijn initiatieven te aanvaarden als voorwaarden voor een betere toekomst van mensen in een samenleving. Grote lijnen…nooit details...! 

 

A.J. Teychiné Stakenburg




Naschrift Frits Bom

 

Ik heb als PR-manager van Thomsen en eindredacteur van THB-nieuws, het personeelsorgaan van Thomsen’s Havenbedrijf, een aantal jaren “onder” Dr. Backx mogen werken en kan derhalve diens kwaliteiten en onvoorstelbare gezag zoals Dr. Teychiné Stakenburg dat bovenstaand verwoordde geheel onderschrijven. Ook diens ongemakkelijke benaderbaarheid. Toch een paar kleine aanvullingen.


Daar waar de auteur in het begin noteert dat Backx in 1929 in dienst is getreden van zijn vader moet dat mijns inziens worden gecorrigeerd tot 1927 omdat Jan Backx in 1952 zijn 25-jarig jubileum vierde bij Thomsen. Er bestond een voortreffelijk boek “Bootwerkers” dat ter gelegenheid van dit jubileum door zijn personeel aan hem werd aangeboden.

Het boek is geschreven door de auteur Ch.A. Cocheret, en is zelfs in menig antiquariaat niet meer verkrijgbaar. Maar een samenvatting ervan valt terug te vinden in het onderzoek naar de havenarbeid van Dr. Sjaak van der Velden, zoals dat op de volgende pagina’s op deze site wordt gepubliceerd.


Het is het beste (en meest humoristische) boek dat ooit geschreven is over de geschiedenis van de Havenarbeid tussen 1872 en 1952 en de rol van Jan Backx wordt er uiterst verfijnd in vervlochten. Bij gelegenheid zal ik in de toekomst proberen dit op deze site te publiceren.

 

Ook moet de rol worden genuanceerd die Stakenburg de grijze eminentie Chris van Woerden, evenals die van Vosveld, toedicht als de nieuwe generatie opleiders voor havenpersoneel. Immers, Van Woerden’s positie was toch meer die van Bakcx persoonlijke huisfotograaf, en Vosveld de man die kort als Hoofd Personeelszaken was aangesteld, maar zelf nooit aan opleidingen heeft gedaan.


Links: Chris van Woerden - Public Relations THB (ca. 1930)


Die eer komt de heer Noyon toe die als nieuwlichter de campagne “Mensen van Thomsen” bedacht en vanaf ca. 1960 Jan Backx (mede met steun van diens nieuwe collega-directielid, de socioloog Dr. Jan Bast) het nieuwe elan van Bootwerker via Havenarbeider naar Havenwerker geestdriftig probeerde te realiseren.


Links: Dr. Stakenburg in gesprek met

Hans van der Wiele en Jan Backx


Tegelijk wordt uit de reconstructie van Stakenburg duidelijk dat Prof. Rutten zéér bevriend was met Jan Backx en dat van daaruit kan worden verklaard waarom Rutten mogelijk de aangewezen persoon werd om de eerder bedachte Havenvakschool van een definitieve vorm te voorzien; gewoon een klus dus waarvoor een vriendje werd ingezet. Dat doet niets af aan Rutten’s kwaliteiten, maar wel aan zijn status als medebedenker en grondlegger van de filosofie waarop de nieuwe Havenvakschool was gebaseerd.


Derhalve geen misverstand: het waren Kruis en Backx die onafhankelijk van elkaar, maar vanwege het prijsvraag-gedoe in elkaars verlengde, als persoon de onbetwiste stamvaders zijn van de Havenvakschool.

 

Verder liet Stakenburg in zijn Backx-referaat de grote tegenstelling wat onderbelicht tussen het immense gevecht dat Bacxk een leven lang voerde tot wat we maar zullen noemen “verheffing van de havenarbeider”, en de grote afstand die hij tegelijk koesterde ten opzichte van diezelfde vaklui. Hij kon er niet goed mee communiceren, kwam bijna nooit op een van zijn vijf haventerreinen waardoor hij een voor velen een onbenaderbare godheid werd, gezeteld in zijn hoofdkantoor aan de Pieter de Hoogweg, naast het kantoor van de Scheepvaart Vereniging Zuid.

 

Slechts eenmaal per jaar zocht Jan Backx zijn personeel op, en dan ook nog alleen het kader.  Dat was bij de traditionele nieuwjaarsrecepties in Anneville te Ulvenhout waar zijn nieuwjaarstoespraken als bulderpreken werden ervaren. Maar zoals gezegd, dit alles voltrok zich verre van de positie van de gewone havenwerker.

Eigenaardig, die tegenstelling.

En tóch werkte het.


Waarschijnlijk omdat er in die havens toch enige afstand nodig is tussen de denkers en de doeners.

Maar Jan Backx vertaalde dat nooit tot een geordend klasse-verschil.

En dat begrepen al degenen die hem daarmee tot een vrijwel mythologische figuur boetseerden donders goed.

 

Frits Bom