DE BESTE HAVENVAKSCHOOL TER WERELD

 

DE WERELD IS EEN PIJP KANEEL

EEN IEDER ZUIGT EN KRIJGT NIET VEEL

WIL VAN ZUTPHEN

 

WIL VAN ZUTPHEN (95) OVERLEDEN












En toen ontvingen wij eind september 2011 het bericht dat Wil (Willem Christiaan Hendrik) van Zutphen op 20 september was overleden en maakten wij er op deze plaats melding van.

De crematie heeft in besloten kring plaatsgevonden op 24 september jl..

Van Zutphen was een van de markantste Havenvakschool-toppers die in brede kring grote bekendheid en waardering genoot.

Velen vroegen zich een halve eeuw terug af wat deze van de grote cruise-vaart afkomstige “entertainer” als onderwijskracht te zoeken had op de Havenvakschool. Het zou weldra duidelijk worden. Juist zijn extroverte karakter en optredens maakten dat hij de school, de beginselen, de principes en de waarden ervan zo gemakkelijk wereldwijd promotioneel aan de man kon brengen.

Wil was de broer van de HVS-gymleraar Theo van Zutphen die al sinds de jaren vijftig aan de Havenvakschool verbonden was, en al veel eerder is overleden.

Met zijn dynamische persoonlijkheid en aanpak bekleedde Wil al snel heel veel functies die verwant waren aan de Havenvakschool; directeur van de hogere Haven- en Vervoersopleidingen, bestuurslid van de Stichting Vakopleiding Havenbedrijf, bestuurslid van de Havenvereniging, en tal van andere initiatieven maakte hem tot een echte haven-allrounder.

Wil was bovendien: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, Rotterdammer van het jaar 1989 en Ontvanger van de van Borselenpenning en de Paul Nijghpenning.

Nooit verloochende hij zijn afkomst en DNA als entertainer, cabaretier en woord- en zangkomiek, en velen uit ons Havenopleidingswereldje, als collega zowel als leerling, hebben daarvan meegenoten en plezier ondervonden.

Van Zutphen kon het tijdens zijn laatste jaren fysiek net niet meer opbrengen om aanwezig te zijn bij de Havenvakschoolreünies. Maar hij was er wel van op de hoogte en had het graag gewild.

Wil van Zutphen is 95 jaar geworden.

Er was nóg een probleem.

Zijn broer Theo, de gymleraar, die hem de entreekaarten had bezorgd voor de Havenvakschool. Dat  was een beminnelijke, rustige en daarom gezaguitstralende figuur die het tegenovergestelde met ons voor had. Althans, zo schenen de sterren in die beginjaren.

Gaandeweg steeg Wil op de carrièreladder binnen de havenopleidingen en dat was zowel voorspelbaar als logisch omdat steeds duidelijker werd dat hij over onvoorstelbaar veel capaciteiten beschikte. Niet alleen in het perfectioneren van cabaretliedjes maar ook in heuse logistieke havenzaken.

En geleidelijk aan verwierf hij daarmee ook aanzien bij de leerlingen zelf, hoewel enige botheid aan hem bleef kleven, maar gek genoeg hem tegelijk sierde. Want hij kon op harde maar charmante toon zijn zin doorzetten, en vooral op vriendelijke en onweerstaanbare wijze bestuurders afbluffen die minder goed op de hoogte waren van de dagelijks gang van zaken.


Strijd

Eenmaal kreeg ik het met hem echt, inhoudelijk, aan de stok. Een zeer blauwe maandag was ik bestuurslid van de Stichting Vakopleiding Havenbedrijf omdat de SVZ-bobo’s dachten “doe er nou een ex-leerling bij, dan houding we voeling met de jeugd”. En dat gebeurde ook, alleen liep het fout af.

Van Zutphen had het plan opgevat om naast het schip op de school aan de Waalhaven een soortgelijk enorm geldverslindend nieuw instrumentarium te laten bouwen omdat hij ergens had gelezen dat dit reusachtige toestel, dat viermaal boven het kunstschip zou uit gaan steken, de nieuwe laad- en losmethode zou gaan worden in de wereld.

Een duur miljoenenproject.

Het had al een bijnaam zelfs (De Jacobsladder), en in sommige havenbedrijven werd er al uiterst geheimzinnig over gedaan, en bij Thomsen liepen er al arbeidsanalisten rond met tijdmetertjes (Ir. Van Straten en Chris Jansen) om het nieuwe geheime wapen in theorie na te bootsen tijdens de echte overslag van stukgoederen.

Ik had ook een boek gelezen, en stak het containerverhaal af, dat er nogal haaks op stond; dus liever geen kistjes en balen meel over een soort roltrap de ruimen in en uit.

De discussie won ik, want gek genoeg liet Van Zutphen in de beslissende vergadering verstek gaan, maar ik werd daarna nooit meer uitgenodigd voor een vergadering dus neem nu na vijftig jaar maar aan dat ik geen bestuurslid meer ben van de Stichting Vakopleiding Havenbedrijf. De kopie van het geheime wapen kwam er trouwens niet aan de Waalhaven.

Daarna werd Wil van Zutphen directeur van de Haven- en Vervoeropleidingen en dat was een logisch vervolg van zijn carrière want veel van ons vonden hem een betere doener dan een bestuurder. Een veel betere trouwens.

Een heerlijke flamboyante man eigenlijk waar iedereen weer een ander verhaal over heeft, want iemand die zich soms scherp profileert roept ook weerstanden op.

Maar het zijn meestal juist die mensen díe voor de jus weten te zorgen bij de dagelijks maaltijd. Wil van Zutphen is er zo een die op positieve wijze als uiterst prominent persoon behoort bij de gehele geschiedenis van de Havenvakschool. Veel oud-leerlingen noemen hem dan ook expliciet in de vele verhalen van hen verder op deze site.

F.B.

Door zijn enthousiasme en zijn werk in de scheepvaart en de Rotterdamse haven is de in Haarlem geboren Will van Zutphen op en top Rotterdammer geworden, die zich – na het overlijden van zijn vrouw – heel goed kan handhaven in zijn hoekwoning in de wijk Prins Alexander.

Het scheepvaartbloed kruipt waar het niet gaan kan. Nog elk jaar maakt hij vaartochten met grote zeilschepen van de luxe Clipper Cruises. Als hij dan aan alle kanten ‘die prachtige mooie zee’ ziet, voelt hij zich in zijn element. Omstreeks deze tijd vaart hij weer van het Franse Cannes naar Sicilië en Griekenland.

Als jongetje droomde hij al van zee. Maar een opleiding aan de zeevaartschool zat er niet in.

“Het was begin jaren ’30 en crisistijd. Als je al kapitein was, mocht je blij zijn dat je als bootsman aan de slag kon.” Samen met zijn oudere broer volgde hij toen een opleiding MO Lichamelijke Opvoeding.

“We deden al veel aan sport. We werden dus gymnastiekleraar.”

Na zijn verplichte diensttijd (geëindigd als korporaal) kwam hij in die functie in Rotterdam, waar hij begon als badmeester in het zwembad in de Koushaven.

“Ik weet de prijzen nog goed. Een toegangskaartje doordeweeks kostte twee cent, en in het weekeind vijf cent. Op sommige tijdstippen was het gemengd zwemmen voor jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Dan was de toegang een dubbeltje. Het was een leuke tijd. Ik ben ook direct lid geworden van de Rotterdamse Zwem Vereniging RZV. Zo heb ik Rotterdam heel goed leren kennen.”

Na dit seizoenwerk – het bad was alleen in de zomermaanden open – kon hij als invalkracht voor zieke gymnastiekleraren aan de slag op de afdeling onderwijs van de gemeente Rotterdam. “Mijn eerste school stond in Katendrecht. Maar eerst moest ik kennis maken met de zieke gymnastiekleraar, die mij zou vertellen wat ik allemaal met de jeugd moest doen.

Dat was me er één: hij pruimde tabak in bed en hing militaire discipline aan. Zijn gymnastiek bestond meer uit drillen dan de sporten en spelen die ik voorstond. Over pedagogie had hij een uitgesproken mening: als ze niet luisteren, geef ze dan op hun sodemieter! Dat deed ik dus absoluut niet!”


Recht door zee

Will van Zutphen leerde op Katendrecht de recht door zee mentaliteit van de Rotterdammers goed kennen.

“Je had er veel gezinnen van wie de vader havenwerker was. ‘Bootwerkers’ noemden ze dat. Dat had onterecht een negatieve klank. Een bootwerker zou stinken, vloeken en eten als een polderjongen.

Ik had een keer een gevalletje met een zoon van zo’n bootwerker. Deze ging naar huis en zei dat hij zijn vader wel even liet komen. Komt er een grote vent aan die vroeg ‘bent u de meester?’ Ik was niet bang en beaamde dat. Zijn zoon had hem verteld dat ik hem had geslagen wat absoluut niet zo was. Toen ik uitlegde wat er was gebeurd, zei hij tegen zijn zoon: ‘je mót niet liegen’ en gaf hem nog een draai om zijn oren. Dat was Rotterdamse opvoeding!

Na afloop gaf hij mij een hand met zijn havenwerkerknuisten en bedankte me voor het gesprek. Dat heb ik nog dagen gevoeld.”


Vrijgesteld

Dankzij zijn baan in het onderwijs werd hij in de Tweede Wereldoorlog vrijgesteld van de ‘arbeitseinsatz’ bij de Duitse bezetters. Op diverse scholen en bij bedrijven gaf hij sportlessen. Van skiles tot tennisles. Zelf was hij een verdienstelijk schaatser. “Als er maar ergens in Rotterdam enigszins ijs lag, was ik daar te vinden.”

Net voor de oorlog had hij al geprobeerd als sportleraar aan boord van een passagiersschip te komen.

“Ik wist dat er bij de Holland Amerika Lijn een nieuw schip in de vaart zou komen, de Nieuw Amsterdam. Dat was in 1938. Ik wilde zo graag varen dat ik me elke week bij de HAL meldde met de vraag of het schip al klaar was. Nee Van Zutphen, kreeg ik te horen en je hoeft niet meer te komen. Ik deed het niet meer elke week, maar nog wel om de twee weken.”

Samen met zijn broer werd hij op een gegeven moment opgeroepen voor het sollicitatiegesprek. “Er werd gevraagd, wie is de oudste? Mijn broer was dat en werd het dus. Ik liep de baan mis.” Achteraf gezien niet zo erg, want de Nieuw Amsterdam werd in de oorlog door de geallieerden gebruikt als troepenschip waarvoor geen sport- en spelleiders nodig waren.


Improviseren

Na de oorlog – hij kende inmiddels aardig wat Rotterdammers in de haven en scheepvaart – kwam zijn droom uit. Hij kon op de Willem Ruys van de Rotterdamsche Lloyd als spel- en sportleider gaan varen op de lijndienst (meestal door het Suezkanaal) naar voormalig Nederlands-Indië.

“Ik had nog nooit gevaren en daarom moest ik maar eerst ervaring opdoen op de Sibajak, die een reis voor gezinshereniging zou maken. Dus een schip vol vrouwen en kinderen. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe dat eraan toe ging. Er was een klein sportdekje en we hadden provisorisch een zwembadje gemaakt. De vrouwen werden in stapelbedden drie hoog in ruimen gestald, waartussen ze hun garderobe aan lijnen hingen. Ze kregen alleen een hut als ze een baby hadden. De oudere jongens hadden een eigen ruim. Maar als het warm werd, sliepen ze gewoon aan dek. Van airco had men in die tijd nog nooit gehoord. En allemaal vrouwen onder elkaar, dat was me wat… Als een van de weinige mannen moest ik hen dagelijks begeleiden.”

Will van Zutphen hield zich in dit vrouwengeweld goed staande. De Rotterdamsche Lloyd was heel tevreden over zijn rapport over de reis en zijn taken aan boord die veel meer inhielden dan alleen sport en spel. Hij werd dé entertainer van de Lloyd. Op de Willem Ruys heeft hij twaalf jaar (tot 1959) gevaren. Van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht was hij doende passagiers bezig te houden.


Fakeshow

Met veel plezier vertelt hij over amusementsavonden die hij (eerst in z’n eentje, zoals het begeleiden van geluidloze films) organiseerde. Daaruit is zijn artiestengroep ‘Het zwarte zeepaard’ ontstaan, analoog aan de cabareteske optredens in die tijd van The Jolly Follies in Engeland, Der Blaue Vogel in Duitsland en Le Chat Noir in Frankrijk.

“We traden overal op. Niet alleen aan boord, maar ook in Rotterdam, Indische steden en Singapore. Eerst deden we dat heel improviserend met de voor handen zijnde lakens en kleden. Later werd het professioneler met een muzikaal scheepstrio erbij. Ik schreef vaak zelf teksten of mimede bij Engelse of Amerikaanse grammofoonplaten. De ‘fakeshow’ noemden we dat; later heette dat ‘playbacken’.”

Hij toont een foto waarop hij als Engels zwerverstypetje, Burlington Bertie, staat. Want hij deed alles: acteren, conferences, organiseren en produceren. “Ik was -  wat we thans – een stand-up comedian noemen. Zoals André van Duin eigenlijk begon.”

Wat te denken ook van een van de vele teksten die hij heeft gemaakt:


De wereld is een pijp kaneel:

een ieder zuigt en krijgt niet veel.

De wereld is een schouwtoneel:

een ieder kijkt en speelt zijn deel:

De wereld is een poppenkast:

een ieder grijnst en draagt zijn last!


Geen pijp kaneel

Will van Zutphen zit op zijn praatstoel. Zijn wereld is in ieder geval geen ‘pijp kaneel’ geweest. Hij zou nog uren zijn ‘memoires’ kunnen vertellen. Maar aangezien deze pagina niet van elastiek is, houden we op.

We sluiten zijn avontuurlijke loopbaan kort af met zijn activiteiten na de Willem Ruys, die door het toenemende vliegverkeer het heen en weer varen op het onafhankelijk geworden Indonesië beëindigde: hij kwam in dienst van de Havenvakschool in Rotterdam, zat twaalf jaar op het opleidingsschip Jan Backx in de Parkhaven en klom op tot directeur van de Hogere Haven- en vervoersopleidingen.

Op zijn 70ste stopte hij pas met werken. “Met veel en lang werken heb ik nooit moeite gehad.”

Hij is nog steeds betrokken bij de tweejaarlijkse organisatie van de International Port Training Conference. Van Zutphen is het oudste bestuurslid van de Havenvereniging Rotterdam en was ook al eens Rotterdammer van het jaar.

Hans Roodenburg




En wat de HVS-leerlingen zelf betreft: Spelletjes, daar was Wil van Zutphen het beste in

 

Eigenlijk vond ik Wil van Zutphen in het begin geen aardige man. Ik was net 15 en voelde aan dat wij leerlingen er meer voor hem waren dan andersom.

Bovendien kwam hij als entertainer van de grote vaart en vroeg ik mij vaak af, wat kunnen wij van die gozer leren, wat doet hij op deze school, onze school. Ook had hij nog een enorme grote mond en was het duidelijk dat hij daarmee iedereen kon inpakken behalve de leerlingen die verder konden tellen dan tot tien; en veel dames natuurlijk.

Tussen Prins Claus en Burgemeester André van der Louw: Wil van Zutphen

Wil van Zutphen tegenover de man die hem aanstelde:

Dr. Stakenburg

EEN INTERVIEW


Dankzij Hans Roodenburg van de Oud-Rotterdammer kunnen wij tot slot Wil van Zutphen ook zelf nog aan het woord laten. Het betreft het interview dat hem werd afgenomen in 2007   


De wereld is een poppenkast:

een ieder grijnst en draagt zijn last!



De 91-jarige Will van Zutphen is een vrolijke artiest van het leven. Zonder enige hapering dreunt hij zijn (Engelse) cabaretteksten op uit de tijd dat hij in de jaren ’50 optrad aan boord van de Willem Ruys, misschien wel het mooiste Nederlandse passagiersschip ooit, dat heen en weer voer naar voormalig Nederlands Indië.